Toekomst arbeidsmarkt en pensioen

Netspar heeft op 1 juni jl. een paper gepubliceerd omtrent de verkenning van de toekomst van de arbeidsmarkt in verhouding tot pensioen. In deze bijdrage lichten wij de belangrijkste conclusies en oplossingsrichtingen toe.

De paper bespreekt de betekenis van de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt voor toekomstige pensioenen en pensioeninstituties in Nederland. In deze bijdrage lichten wij de belangrijkste conclusies en oplossingsrichtingen op het gebied van pensioen toe.

Verbreding van pensioenopbouw naar alle werkenden
Een van de geconstateerde problemen die in het huidige pensioenakkoord is blijven liggen, betreft de zogenaamde ‘witte vlekken’ (werknemers die geen toegang hebben tot pensioenopbouw in de tweede pijler of een tekortschietende pensioenregeling hebben) en de positie van zzp’ers. Eerder heeft de Stichting van de Arbeid een aanvalsplan gepubliceerd om de witte vlek terug te dringen.

Het is van belang om verder te gaan met het bestrijden van witte vlekken onder werknemers zodat de deelname aan pensioenregelingen onder de werknemers wordt vergroot. Recent zijn ook al een aantal maatregelen genomen, bijvoorbeeld om de pensioenopbouw van uitzendkrachten te versterken. Voor zzp’ers lijkt de huidige experimenteerruimte te weinig soelaas te bieden om te komen tot een betere pensioenopbouw, zoals al eerder aangekaart in de Tweede Kamer.

Dat alle werkenden ten minste pensioen opbouwen tot het ‘maatschappelijk aanvaardbaar minimum’ – zoals hieronder wordt besproken – kan op verschillende manieren gerealiseerd worden. De meest verregaande vorm is een algemene pensioenplicht of – op termijn – invoering van een aparte verplichte pensioenregeling voor alle werkenden. Dit vergt echter ingrijpende aanpassingen van het pensioenstelsel en ook zorgvuldige afweging voor eventuele invoering.

Een minder vergaande vorm van verplichting is een systeem van ‘auto-enrollment’, waarbij alle werkenden automatisch gaan deelnemen aan een pensioenregeling met de mogelijkheid van ‘opting out’.

Maatschappelijk aanvaardbaar minimum voor het aanvullend pensioen
Er wordt gesteld dat het van belang is dat er een norm komt voor alle werkenden zodat zij ten minste pensioen opbouwen tot een bepaald minimumniveau – genoemd het ‘Maatschappelijk aanvaardbaar minimum voor het aanvullend pensioen.’ Dit pensioen wordt ‘aanvullend’ genoemd omdat dit de AOW aanvult. Deze norm geldt voor alle werkenden – inclusief zzp’ers – en zorgt voor een basispensioen die men kan ophogen tot het gewenste niveau door aanvullende opbouw in de tweede en derde pijler.

Voor een volwaardig pensioen wordt in Nederland vaak een norm van 75% van het eerder verdiende inkomen aangehouden. Voor het maatschappelijk aanvaardbaar minimum zou kunnen gedacht worden aan de helft of twee derde van de totale opbouw. Dat komt overeen met een opbouw gericht op een vervangingsratio van 40% tot 50%.

De opbouw van het pensioen kan dynamischer
De stijgende levensverwachting brengt met zich mee dat er langer gewerkt wordt en vaker wisselingen in carrière plaatsvinden. Daarnaast wordt de afstemming tussen werk en thuissituatie belangrijker. Beide ontwikkelingen vragen om een meer dynamisch, flexibeler pensioen dat ondersteuning biedt aan de loopbaanontwikkeling.

De huidige pensioenregelingen kennen een hoog ambitieniveau en een premie die over de levensloop constant is. Dit is niet voor alle deelnemers even adequaat. Jongere deelnemers kunnen gebaat zijn bij een lagere premie aan het begin van de arbeidslevensloop in ruil voor een hogere premie later. Een oplossing die daartoe geboden wordt is bijvoorbeeld een laag/hoog-optie voor de premie.

Andere oplossingen voor een dynamischer pensioen zijn een ‘premievakantie’, uitruil van vermogens(opbouw) tussen pensioen en een eigenwoning, een groter bedrag ineens bij pensionering en contractinnovatie van bestaande regelingen.

Heeft u liever dat wij de benchmark voor u invullen, stuurt u ons dan uw huidige pensioencontract.