Antwoorden op kamervragen over wetgeving bedrag ineens

Antwoorden op de kamervragen rondom de 10% uitbetaling van de waarde van het ouderdomspensioen.

Vanaf 1 januari 2022 moet elke deelnemer die pensioneert in de gelegenheid worden gesteld 10% van de waarde van het ouderdomspensioen ineens uit te laten betalen. Een wetsvoorstel daartoe bereikte in september, na eerdere consultaties erover, de Tweede Kamer. Op 12 oktober beantwoordde het ministerie schriftelijke kamervragen over dat wetsvoorstel, dat behalve over het bedrag ineens op de pensioenleeftijd ook gaat over twee andere onderdelen van het pensioenakkoord: de tijdelijke vrijstelling van RVU-heffingen en de verruiming van de mogelijkheden voor verlofsparen.

De kamervragen gaan opnieuw in op een aantal thema’s dat ook in de aanloop tot het wetsvoorstel de aandacht had gekregen. Te denken valt aan de fiscale gevolgen die gebruik van de mogelijkheid tot eenmalige uitkering kan hebben, ook voor eerder toegekende toeslagen. Ook komt de aow-overbrugging ter sprake. Net zoals het niet toegestaan zal zijn om een hoog-laag-constructie te combineren met een uitkering ineens, omdat daarmee in totaal teveel pensioen naar voren gehaald zou worden, geldt dat ook voor de combinatie van aow-overbrugging (eigenlijk te beschouwen als een hoog-laag-variant) met een uitkering ineens. Een uitkering ineens mag wel gecombineerd worden met een regulier tijdelijk ouderdomspensioen en prepensioen. Voorts wordt expliciet bevestigd dat een reguliere tijdelijk ouderdomspensioen en prepensioen ook gedeeltelijk ineens uitgekeerd worden. Feitelijk worden deze dus beschouwd als ouderdomspensioen.

In de beantwoording wordt verder nogeens benadrukt dat de pensioenuitvoerder verantwoordelijk is en blijft voor volgordebepalingen. Het kan zodoende zo zijn dat de pensioenuitvoerder uitruil van partnerpensioen in ouderdomspensioen laat plaatsvinden vóór de gedeeltelijke afkoop van het ouderdomspensioen, of andersom.

In communicatie via het pensioenregister zal aan deelnemers zowel de mogelijkheid van uitkering van 5% als van 10% moeten worden getoond, zodat zij zich niet alleen bewust zijn van de keuzemogelijkheid tot uitkering ineens maar ook van de mogelijkheid de hoogte daarvan zelf te bepalen – tot aan het maximum van 10%.

Heeft u liever dat wij de benchmark voor u invullen, stuurt u ons dan uw huidige pensioencontract.