Breaking: 5 zaken om te bespreken met je toekomstige ex

De verdeling van pensioenen voor partners die gaan scheiden wordt gemoderniseerd. Ministers Koolmees en Dekker hebben hiervoor in 2019 een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer gestuurd.


Zo sta je nog vrolijk toeterend de hele A4 op te houden met je bruiloftsgasten en zo probeer je wijs te worden uit de checklist ‘Scheiden of uit elkaar: wat moet ik regelen?’. Als je het organiseren van de bruiloft al een heel gedoe vond, dan kun je met het demonteren van je huwelijksbootje je lol nog op. Drieëntwintig bewerkelijke items in de to-do-list scheiden je van een leven zonder partner. En het eerlijk verdelen van pensioen is er slechts één van.

Pensioen en echtscheiding vormen bovendien geen gelukkig huwelijk. Dat komt vooral doordat de huidige wettelijke regels – zoals opgenomen in de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding – niet zo goed blijken te werken. Ze zijn simpelweg te onbekend bij direct betrokkenen (inclusief professionals) en dat terwijl de juiste uitvoering nogal afhankelijk is van het op tijd in actie komen van beide ex-partners. Een pensioenuitvoerder kan namelijk niet automatisch voor je aan de slag. Als je niet binnen twee jaar na de scheiding je wensen duidelijk maakt aan de uitvoerder via een zogenoemd mededelingsformulier, is de kans groot dat je jaren na dato jouw deel van het pensioen zelf bij je ex moet gaan ophalen.

Om dit te voorkomen, wordt de verdeling van pensioenen voor partners die gaan scheiden gemoderniseerd. Ministers Koolmees en Dekker hebben hiervoor in 2019 het wetsvoorstel ‘Verdeling van pensioen bij scheidingen 2021’ naar de Tweede Kamer gestuurd. Onlangs is besloten om de invoering van deze wet uit te stellen naar 2022, in plaats van de beoogde datum van 1 januari 2021. Dit uitstel werd onder andere verzocht door de Pensioenfederatie en het Verbond van Verzekeraars. Het wetsvoorstel is sinds de indiening onderhavig geweest aan twee nota’s van wijzigingen.

Hieronder de vijf meest in het oog springende zaken in relatie met dit wetsvoorstel.


  1. Single client
  2. Deze standaard verdeelmethode van pensioen binnen de huidige wettelijke regels heet verevening. Vandaar de naam van de wet waarschijnlijk. Beide ex-partners hebben over en weer recht op de helft van het tijdens de huwelijkse periode opgebouwde ouderdomspensioen. Dit recht is voorwaardelijk. De uitbetaling is namelijk afhankelijk van het in leven zijn van de hoofdverzekerde (alias de ex). Bovendien zijn de beslissingen die hij/zij neemt over het pensioen – zoals bijvoorbeeld de ingangsdatum of een eventuele hoog-laagconstructie – leidend.

    Ex-partners kunnen afwijken van de standaard verdeelmethode en er bij een scheiding ook voor kiezen een zelfstandig recht op ouderdomspensioen af te laten splitsen. Dit wordt conversie genoemd.
    Bij conversie wordt de pensioenband tussen de ex-partners definitief verbroken. De ex-partner krijgt een eigen aanspraak op ouderdomspensioen, waarvan de uitbetaling niet langer afhankelijk is van het in leven zijn van de ex. Beide partners weten zo – veel beter dan bij verevening – welk pensioen zij op termijn gaan ontvangen, wat wonderen doet voor de financiële planning.

    Hoewel conversie voor veel ex-partners de optimale pensioenverdeling zou zijn, wordt hier nauwelijks voor gekozen. Nu we bijna de zilveren bruiloft gaan vieren van de huidige pensioenregels bij scheiding is men erachter hoe dit komt. De mens heeft de neiging te kiezen voor de standaardoptie. In de nieuwe wet wordt conversie dan ook de standaard verdeelmethode.


  3. Het jawoord
  4. In de huidige systematiek moeten de ex-partners het recht op uitbetaling actief regelen bij de betrokken pensioenuitvoerder. Dit is een suboptimale situatie voor mensen die wel gebruik willen maken van hun recht in de wet (bijna iedereen) maar om welke reden dan ook geen actie ondernemen (meer dan de helft van bijna iedereen). Als er geen uitbetaling is geregeld via de pensioenuitvoerder moet je, na de pensioendatum van de verdelingsplichtige partner, aankloppen bij je ex. Kan ik even vangen?

    Het nieuwe wetsvoorstel regelt niet dat alleen dat conversie de standaard verdeelmethode wordt, maar ook dat een pensioenuitvoerder hier automatisch toe overgaat. Dit gaat dus allemaal vanzelf, tenzij de ex-partners binnen zes maanden aangeven dat zij hiervan afzien of dat zij een afwijkende afspraak over de verdeling van het pensioen hebben gemaakt.


  5. Niets bijzonders
  6. Per 1 januari 2018 zijn de regels rond de gemeenschap van goederen veranderd. Alleen het vermogen dat door echtgenoten gedurende het huwelijk is opgebouwd, valt vanaf dat moment standaard in de gemeenschap. De te verdelen pot bij een scheiding, zeg maar.

    Voor het ouderdomspensioen is die wijziging niet relevant, omdat voor de verdeling van het ouderdomspensioen sowieso al gekeken wordt naar de opbouw in de huwelijkse periode. Het te verdelen partnerpensioen wordt op dit moment echter berekend over de huwelijkse én voorhuwelijkse periode. Per saldo valt nu dus de helft van het tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen toe aan de ex, samen met het volledige partnerpensioen. Dat vonden wij niet raar, alleen maar heel bijzonder.

    In het nieuwe wetsvoorstel wordt ook voor het partnerpensioen de huwelijkse periode bepalend voor de hoogte van de te verdelen aanspraken. De helft hiervan komt toe aan de ex-partner. En let op: bij de nieuwe standaardmethode van conversie wordt het afgesplitste partnerpensioen meegenomen in het bepalen van de eigen pensioenaanspraak voor de ex-partner. Hiermee komt er dus ook een einde aan de ietwat verontrustende situatie dat je ex er baat bij heeft dat jij vroegtijdig het loodje legt.


  7. Stelletje ongeregeld
  8. De huidige wettelijke regels rond verevening zijn alleen van toepassing op gehuwden en geregistreerde partners, en dus niet op ongehuwd samenwonenden. In de nieuwe wet blijft dit vooralsnog zo, al hebben de Pensioenfederatie en het Verbond van Verzekeraars in een position paper verzocht om de keuzemogelijkheden van samenwonenden gelijk te stellen aan die van gehuwden. Dit betekent dat voor circa een kwart van de samenwonende paren in Nederland straks niet de nieuwe automatische conversie van het ouderdomspensioen geldt.

    Aanvankelijk zagen de ministers geen aanleiding om een keuzerecht te introduceren voor voormalig ongehuwd samenwonenden die het ouderdomspensioen vrijwillig willen verdelen. De betreffende ex-partners zijn en blijven daardoor afhankelijk van de mogelijkheden die de pensioenregeling en/of -uitvoerder biedt op dit vlak. Thans hebben de ministers aangegeven bereid te zijn om bij de uitwerking van een mogelijke uniformering van het partnerbegrip te reflecteren op een keuzerecht voor vrijwillige toepassing van de wet door ongehuwd samenwonenden.

    Uit de toelichting op het wetsvoorstel blijkt dat het om een definitiekwestie gaat. De partnerdefinitie is niet in alle pensioenregelingen gelijk, waardoor een eventueel keuzerecht niet zou garanderen dat de ex-partners over en weer recht hebben op een deel van elkaars pensioen. Doe daar dan wat aan, zou je zeggen. Er zijn ongetwijfeld scheidingen het gevolg van een wat ruime partnerdefinitie van één van de echtelieden. Maar dat er in 2019 nog ‘relatieproblemen’ ontstaan door een te krappe partnerdefinitie zou je dan weer niet verwachten.


  9. Setje rekenregels
  10. De regels voor verevening zijn gebaseerd op het verdelen van aanspraken. Er komt geen contante waardeberekening aan te pas. Immers, de partners krijgen allebei de helft van de opgebouwde ouderdomspensioenaanspraken. In de huidige wet zijn geen rekenregels opgenomen voor de conversie. Dat zal in de nieuwe wet wel moeten.

    Een aandachtspunt hierbij is het voorkomen van ongelijke behandeling. Allereerst bij het bepalen van de waarde van de aanspraken die zijn opgebouwd tijdens het huwelijk. Vervolgens bij het vaststellen van de hieruit aan beide ex-partners toe te kennen aanspraken. Voor de hand ligt het om in beide gevallen dezelfde generieke en sekseneutrale tarieven te hanteren, waarbij de werkelijke leeftijd van de betrokkenen wordt toegepast. De aangekondigde lagere regelgeving zou idealiter expliciet deze voorwaarden bevatten, samen met de eis dat de toegepaste grondslagen actuarieel neutraal uitpakken.

    Belangrijker nog, zeker met het oog op de contouren van het nieuwe pensioencontract in het Pensioenakkoord, is dat er heldere rekenregels komen voor de waardebepaling binnen beschikbare premieregelingen. Dat is, bijvoorbeeld door lifecycle-beleggen, minder eenvoudig dan het lijkt. De meest kansrijke manier lijkt uit te gaan van het kapitaal bij aanvang van het huwelijk (of geregistreerd partnerschap) en hierop de werkelijke, cohortspecifieke rendementen gedurende de huwelijkse periode op los te laten. Het verschil met het kapitaal op de scheidingsdatum levert dan de te verdelen waarde.

Heeft u liever dat wij de benchmark voor u invullen, stuurt u ons dan uw huidige pensioencontract.