Toekomst pensioenstelsel - Actualiteiten pensioenakkoord voor werkgevers

Nadat kabinet en sociale partners in juni het pensioenakkoord in juni sloten, zijn er inmiddels diverse vervolgstappen genomen. Deze hebben gevolgen voor diverse onderwerpen zoals de AOW-leeftijd en de afschaffing van de doorsneesystematiek.

Nadat kabinet en sociale partners in juni het pensioenakkoord in juni sloten, zijn er inmiddels diverse vervolgstappen genomen. Deze hebben geleid tot een roadmap die op 7 oktober aan de kamer is gestuurd. In die roadmap beschrijft het kabinet de voornemens voor het traject om te komen tot wetsbehandeling in 2021, en invoering van de nieuwe contractsvormen in 2022.

In de roadmap licht het kabinet ook de overlegstructuur toe voor de verdere uitwerking van het pensioenakkoord. Een stuurgroep, die in september van start is gegaan, draagt daarvoor de verantwoordelijkheid. Deze stuurgroep bestaat uit vertegenwoordigers van werkgevers- en werknemersorganisaties en het kabinet, ondersteund door namens uitvoerders (Verbond en Pensioenfederatie), toezichthouders (DNB en AFM) en CPB. Een voorbereidingsgroep bereidt de stukken voor, en wordt daarbij ondersteund door een tiental technisch werkverbanden voor een tiental onderwerpen.

AOW-leeftijd
Voor wat de AOW-wetgeving betreft: de aanpassingen van de AOW-leeftijd voor de eerstkomende jaren zijn al kort na de totstandkoming van het akkoord in wetgeving doorgevoerd. Verdere aanpassingen na 2024, waarbij elke toename van de resterende levensverwachting van een 65-jarige resulteert in een verhoging van de AOW-leeftijd met acht maanden, moeten nog wettelijk worden vastgelegd.

Afschaffing doorsneesystematiek
Voor de tweede pijler is vanuit werkgeversperspectief de afschaffing van de doorsneesystematiek het belangrijkste thema. Voor het einde van dit jaar verschijnt daarover een voortgangsrapportage, gevolgd door een hoofdlijnennotitie voor de zomer van 2020 en een wetsvoorstel in het begin van 2021. Een onderzoek van het CPB naar de effecten van het nieuwe stelsel verschijnt samen met de hoofdlijnennotitie. Na de afschaffing van de doorsneesystematiek zal de premie leeftijdsonafhankelijk fiscaal begrensd worden. Daarbij wordt, naar aanleiding van een vingeroefening van het ministerie, gesproken van een niveau van 27% van de pensioengrondslag. Bij de huidige rente is het de vraag of bij die premie de ambitie van 75% van de gemiddelde grondslag, die in het akkoord wordt uitgesproken, naar verwachting kan worden gerealiseerd.

Compensatie
De afschaffing van de doorsneesystematiek leidt tot een achteruitgang in pensioenvooruitzicht. Daardoor ontstaat voor alle werkgevers een compensatievraagstuk. Voor werkgevers waarvan de pensioenregeling is ondergebracht in een pensioenfonds behoort compensatie daarvan uit fondsvermogen tot de mogelijkheden. Daarvoor is het waarderingskader dat in het akkoord is aangekondigd van belang. Dat kader bepaalt hoe het fondsvermogen bij overgang naar het nieuwe contract wordt toegedeeld. Netspar deed recent een voorstel voor de vormgeving van de waarderingskader, in de geest van een voorstel dat Willis Towers Watson eerder deed voor de zogenaamde pensioner carve out.
Opname bedrag ineens op de pensioenleeftijd
Op korte termijn wordt een consultatie verwacht over de invoering van de mogelijkheid om op de pensioendatum 10% van het pensioenvermogen ter vrije besteding op te nemen.

Duurzame inzetbaarheid
Een ander onderdeel van het pensioenakkoord zijn de afspraken over duurzame inzetbaarheid en zware beroepen. Vanaf 2021 vervalt voor een periode van vijf jaar de RVU-heffing bij vervroegde uittreding tot een bedrag van ongeveer 19.000 euro per jaar over een periode van maximaal drie jaar voorafgaand aan de AOW-leeftijd. Het wetsvoorstel hiervoor wordt, na overleg met sociale partners, voor de zomer van 2020 verwacht. Voor de langere termijn wordt de mogelijkheid van vervroegd uittreden na een vast aantal werkende jaren onderzocht, waarbij wordt gesproken van 45 jaar. Dit onderzoek moet in 2020 de kamer bereiken. Datzelfde geldt voor vormgeving en voorwaarden voor sectorale maatwerkafspraken voor duurzame inzetbaarheid. Het kabinet wil werkgevers en werknemers ondersteunen bij de oprichting van een meerjarig integraal investeringsprogramma voor duurzame inzetbaarheid. Daarnaast wordt ter bevordering van de duurzame inzetbaarheid de fiscale ruimte voor verlofsparen verdubbeld, van maximaal 50 naar maximaal 100 weken.

De afschaffing doorsneesystematiek zal op den duur de inzetbaarheid van oudere werknemers ten goede moeten komen.

Zoals het kabinet en sociale partners een uitdrukkelijke samenhang ziet tussen de afspraken in het pensioenakkoord over eerste én tweede pijler, kan dat verband ook decentraal worden gelegd. Een oogmerk van de afschaffing doorsneesystematiek is onder meer dat dit, in elk geval op den duur, de inzetbaarheid van oudere werknemers ten goede moet komen. Willis Towers Watson ziet daarnaast onder meer mogelijkheden om de compensatie van afschaffing doorsneesystematiek in dat kader te plaatsen.