De effecten van de lage rente op de waardering van pensioen in de jaarrekening

De impact van de almaar dalende rente op de pensioenregeling en de daarbij horende balansverplichting en de last in de winst & verliesrekening die relevant zijn voor werkgevers met een DB-regeling.

Rentestanden hebben hun laagste niveau bereikt sinds de financiële crisis van 2008. Deze zijn al aan het dalen sinds 1990 maar die daling is aan het versnellen sinds voornoemde crisis.

Pensioenfondsen zijn verplicht om voor de vaststelling van hun verplichtingen de rentecurve te hanteren zoals die maandelijks wordt gepubliceerd door DNB. De lage rentestanden hebben geleid tot dalende dekkingsgraden bij pensioenfondsen. Het inmiddels bekende gevolg is dat een aantal pensioenfondsen het risico loopt dat pensioenen moeten worden gekort. Soms is in een aantal gevallen nog sprake van herstelbetalingen door de werkgever.

Voor werkgevers met een DB-regeling die hun jaarrekening moeten opstellen op basis van IFRS of US GAAP heeft de almaar dalende rente een grote impact op de balansverplichting en de bijbehorende last in de winst & verliesrekening.

De dalende rentevoet leidt tot een toename van de pensioenverplichting en een verslechtering van de balansverplichting.

De hoogte van de balansverplichting en de last in de winst & verliesrekening wordt immers voor een belangrijk deel bepaald door een rentevoet die wordt afgeleid aan de hand van rendementen op hoogwaardige (AA credit rating) bedrijfsobligaties. Die rentevoet lag eind 2018 nog rond de 2% maar is inmiddels gedaald naar ca. 0,8% eind augustus met een kleine opleving gedurende september. Alleen al in de 1e week van augustus was een daling waarneembaar van 25 basispunten!

Onderstaande grafiek toont de ontwikkeling van de rentevoet die wordt gebruikt bij de vaststelling van de pensioenverplichting (DBO onder IFRS en PBO onder US GAAP)

 

Discount Rates for a Mixed Population

Discount Rates for a “Mixed Population”

Wat zijn de gevolgen?

  • De dalende rentevoet leidt tot een toename van de pensioenverplichting en een verslechtering van de balansverplichting (het verschil tussen de DBO/PBO en de marktwaarde van de beleggingen). De toename van de balansverplichting kan nog enigszins worden getemperd omdat door de dalende rente het gedeelte van het vermogen dat is belegd in obligaties in waarde zal zijn gestegen.
  • Bij pensioenregelingen die zijn ondergebracht bij een verzekeraar wordt het vermogen over het algemeen vastgesteld als de contante waarde van de opgebouwde aanspraken waarbij dezelfde rentevoet wordt gebruikt als bij de pensioenverplichting. De dalende rente heeft dan een stijging van het vermogen tot gevolg met als gevolg een tempering van de toename van de balansverplichting
  • Een verslechtering van het eigen vermogen omdat verliezen die ontstaan als gevolg van de stijging van de balansverplichting direct moeten worden verwerkt in het eigen vermogen van de onderneming.
  • Een hogere pensioenlast voor 2020 in vergelijking met 2019. Dit uit zich door middel van een hogere Service Cost. Onder US GAAP kan daar vervolgens nog een hogere afschrijving van actuariële verliezen bijkomen alsmede een lager verwacht rendement.
    • Onder US GAAP wordt de stijging van de pensioenlast nog getemperd omdat de interestlasten zullen dalen. Deze worden immers vastgesteld gebruikmakend van die lagere rekenrente over een weliswaar hogere voorziening
    • Onder IAS 19 zal die tempering minder zijn omdat de interest income als onderdeel van de pensioenlast lager zal zijn door toepassing van de lagere rekenrente.
  • Hogere cash kosten die zich zowel zullen voordoen bij pensioenregelingen die zijn ondergebracht bij een pensioenfonds als bij een verzekeraar
  • Hogere buy-out prijzen. Dit speelt bij ondernemingen die overwegen hun verplichtingen onder te brengen bij een verzekeraar

Aandachtspunten voor Finance

  • Het is raadzaam om ook de andere veronderstellingen die worden gebruikt bij de waardering tegen het licht te houden. Zijn deze nog steeds een goede schatting? Wij noemen in het bijzonder de veronderstellingen die worden gebruikt bij toeslagverlening en de ontslagkansen. Een lagere verwachte toeslagverlening zal leiden tot een lagere pensioenverplichting en een lagere pensioenlast. Dat geldt ook indien de ontslagkansen naar boven kunnen worden bijgesteld.
  • Indien er al een inschatting is gemaakt van de pensioenlast ten behoeve van de budgettering voor 2020 is het raadzaam om deze nu te herijken op basis van de meest recente rentestand
  • Overweeg of het raadzaam is om de pensioenregeling aan te passen of te de-risken. Hierbij kan gedacht worden aan de omzetting naar een CDC-regeling of DC-regeling. Daarnaast zijn er andere de-risking mogelijkheden zoals een buy-out en een carve-out. Daarbij is niet alleen van belang om te kijken wat de éénmalige effecten hiervan zijn in de balans en winst & verliesrekening maar ook om na te gaan wat vervolgens de structurele kosten na de wijziging zijn. Het is raadzaam om in een vroeg stadium de effecten hiervan in kaart te brengen
  • De uitwerking van het Pensioenakkoord biedt wellicht ook mogelijkheden. Een van onze denkrichtingen is dat een regeling die thans wordt gewaardeerd onder IAS 19 als een DB-regeling wellicht onder het Pensioenakkoord geclassificeerd zou kunnen worden (of mogelijk zelfs moet worden geclassificeerd) als een DC-regeling. Dit leidt tot eenmalige effecten in de winst & verliesrekening doch wellicht ook tot een lagere toekomstige pensioenlast.
  • Een aandachtspunt bij DB-regelingen die nu worden geclassificeerd als DC onder IFRS of US GAAP is dat compensaties die straks gelden onder het Pensioenakkoord zouden kunnen leiden tot een DB-classificatie. Dit zou het geval kunnen zijn als de compensatie betrekking heeft op reeds opgebouwde aanspraken en daarmee het risico met betrekking tot de verstreken diensttijd laat herleven.